|
Toespraak burgemeester mr. A. Wolfsen
Opening tentoonstelling 'Van mei'
Utrecht, 7 mei 2008
Dames en heren,
Er zijn schilderijen die als het ware de grenzen tussen onze zintuigen opheffen. Bij sommige schilderijen, bijvoorbeeld landschappen van Roelofs of Weissenbruch, hoor je bijna het riet ruisen, de leeuweriken zingen en ruik je bijna de geur van water, koeien en weilanden. Als je naar een schilderij van Breitner kijkt, dan hoor je bijna de handkarren en de trams in de Amsterdamse straten.
Zonder dat ik nu direct wil roepen: 'Kaat Suringa, dat is een tweede Weissenbruch of Breitner' (dat kan alleen de toekomst uitwijzen), deze eigenschap hebben haar schilderijen wel met die van deze meesters gemeen. Als je een flamenco-danseres ziet op één van Kaat Suringa's schilderijen, dan hoor je wel bijna de opzwepende muziek, de castagnetten en de roffelende danspassen. Wie de dahlia's ziet op één van haar schilderijen, heeft wel de neiging daar even aan te willen ruiken. En wie een stilleven van Kaat Suringa ziet, waarop bijvoorbeeld oesters staan afgebeeld, krijgt direct zin om, onder het genot van een mooie Loirewijn, een portie te bestellen.
Laat ik vooropstellen: bij goede kunst gaat het daar natuurlijk niet om. Daar gaat het er om dat je van de kleuren geniet, van de expressie, van de compositie, van de penseelvoering, kortom van het vakmanschap van een mooi schilderij. Dat kunnen alle bezoekers vanaf vandaag doen hier in het stadhuis, als ik de tentoonstelling 'Van mei' officieel heb geopend, met schilderijen van onze stadgenote Kaat Suringa, die ik van harte welkom heet op het stadhuis van Utrecht, ook al staat ze achterop de catalogus afgebeeld terwijl ze dromerig langs de Nieuwe Maas loopt bij de Erasmusbrug in Rotterdam.
Ik wens u met deze tentoonstelling, die ik hierbij officieel open, veel succes, mevrouw Suringa, en mocht u, dames en heren, als bezoeker van deze tentoonstelling toch zin krijgen om te dansen of trek om te eten, dan kan ik u verwijzen naar het Instituto Cervantes, hier aan het Domplein, en naar de vele goede restaurants in Utrecht. Restaurant Goesting op het Veeartsenijterrein noem ik speciaal, want de chef-kok van dit favoriete restaurant van Ronald Giphart heeft zich door Kaat Suringa laten inspireren. Dus dan weet u waar de gerechten in Goesting u aan doen denken als u ze voorgeschoteld krijgt. En krijgt u ongetwijfeld zin om die schilderijen nog een keer hier te komen bekijken.<
Een deel uit een interview met Suringa, Parijs 2008
“Een ervaring van verdriet, een ervaring van verbinding en van liefde. Ik schilder van beiden, alleen die van de pijn laat ik eigenlijk weinig zien, zelfs niet op mijn website. Er is een schilderij bij waar ik echt pijn van krijg, zo’n nare bijtende eenzaamheid als daarin zit. Ik heb wel eens gedacht: ik schilder er maar overheen. Maar nee, het hoort erbij. Alleen laat ik dit schilderij niet uitvliegen, zoals met de rest. Dat kost mij geen moeite het loslaten van werk.
Mijn moeder, dat was: Klee, Calder, Rothko en ook Picasso. Mijn vader was leerling van Gustav Leonardt, de claveninist; hij was muziek en bracht mij Velasquez oude Hollandse meesters, Vermeer, Rembrandt. Maar ik was nog te jong daarvoor. Ik heb mijn eigen grote voorbeelden, maar wie dat zijn laat ik even in het midden.
Mijn grootvader Suringa was chirurg, zijn zusters waren ook goed opgeleid. Mijn oudtante Riek bijvoorbeeld sprak 8 talen, waaronder Fins en Chinees. Zij verstopte in de oorlog een Engelse parachutist, die in haar tuin was beland. Daarna woonde zij de rest van haar leven in Engeland. Prachtig uitzicht van haar huis op een valei. Zeer geestige vrouw. En natuurlijk mijn oudtante Dee Hazewinkel-Suringa. Geen onbekende naam in de juridische wereld, zelfs nu nog. Welgestelde goed opgeleide mensen allemaal. Mijn vader als musicus had het minder breed. Ons leven was niet te vergelijken met dat van de rest van de familie. Niet dat ik dat erg vond. Wel vind ik nog altijd dat de welgestelden verantwoordelijkheid hebben voor artiesten, de kunstenaars, of het nu toneel, schrijfkunst, muziek, dans of beeldende kunst is. Dat heb ik misschien overgehouden aan het verschil in materieel opzicht wat zich aftekende in de familie. Ik snapte pas later dat dat kwam door het métier van mijn vader. Hij bouwde ook instrumenten: een virginaal een clavichord, een spinet, diverse clavecimbels (Italiaans); verkocht hij er een, dan gingen we lekker een paar weken naar Frankrijk. Ach ja. Het is jammer dat je voorbij gaat. Maar ook een troost. De aanleg, het talent op het creatieve vlak; ik heb het lang erg vervelend gevonden dat ik dat had. Inmiddels heb ik mijn weg er wel in gevonden.”
door BENNO SPIJKER
"Bekijk je de olieverschilderijen van Kaat Suringa, dan krijg je wat je ziet: niets meer en niets minder dan figuratieve, kleurrijke, eenvoudige motieven op doek in uiteenlopende formaten. Zuiver zintuiglijke genoegens, ontleend aan het zoete leven. Met als onvermijdelijke keerzijde enkele sombere werken.
Neem de landschappen met bomen, badend in het licht, soms uitgevoerd als tweeluik. De intense kleuren, de strepen licht die overgaan in zware paarse contrasten reflecteren herinneringen aan Claude Monet.
Proef haar stillevens in de vorm van bovenaanzichten op bonte tafellakens waar een handjevol oesters is uitgespreid. In de stilte van de compositie klinkt Giorgio Morandi door.
Of volg de weelderige lijnen en vormen van bloemen afgezet tegen een egale achtergrond, waardoor ze een eigen leven gaan leiden binnen het kader waarin ze gevangen zijn. In de verte ruik je de monumentale bloemenharten van Georgia O’Keefe.
Verplaats je in de beweeglijke figuurstukken waar kleur en ruimte samenvallen om plaats te bieden aan dramatische hoogtepunten uit Spaanse flamenco. Dat motief is uitgevoerd in brede, zwarte verfstroken, met de turbulente motoriek van fauvisten als Henri Matisse.
En dan zijn er doeken met organisch gevormde uitsparingen binnen egaal zwart vlak, die door hun grafisch karakter doen denken aan Toulouse Lautrec. Deze schilderijen laten iets zien van de schilderes zelf. En wellicht vindt men hier de verklaring voor de dubbelzinnige titel van dit overzicht: Van mei.
We zijn getuigen van een oeuvre dat zich ontwikkelt van eenduidige, levenslustige voorstellingen die zich – de felle kleuren ten spijt – maar niet willen opdringen. Van een neutrale, ietwat afstandelijke esthetiek tot meer persoonlijke getuigenissen betreffende de zwarte zijde van het leven. Van zonnige landschappen tot duistere diepten; van uitersten die iedereen herkent en die daarom heel goed samengaan binnen dit overzicht.
In alle bescheidenheid tonen haar stillevens een aangenaam stukje, pretentieloze werkelijkheid. Het betreft ongecompliceerde motieven, zoals in de serie Vier Jaargetijden. Op tafel is steeds een seizoensgebonden lekkernij afgebeeld. Uitgevoerd in eenvoudige composities waarbij elke retorische, anekdotische of dubbelzinnige legitimatie buiten het beeld ontbreekt. Eenduidig uitgevoerde voorwerpen, vastgelegd in geruststellende beheerste penseelstreken, gedoopt in zorgeloze kleuren, voorzien van een dun randje schaduw.
Maar dan de figuurstukken! Het is lang geleden dat Kaat portretten en zelfportretten schilderde. Inmiddels acht ze de tijd rijp om de mens weer een plaats te geven in haar werk. Geen bekenden, geen zelfportretten, geen helden, heiligen, geen beroepsuitoefenaren of karikaturen; ze zoekt naar het leven zelf.
Spaanse flamenco inspireert haar. De heftige passie van deze muziek en gelijknamige dans geeft handen en voeten aan de hoogte- en dieptepunten van het bestaan. Emoties worden omgezet in een universele lichaamstaal. Al tastend bereiken musici en dansers een dramatische vertaling van het gevecht tussen verstand en gevoel, tussen man en vrouw, tussen haat en liefde, tussen leven en dood.
Kaat zocht contact met de meest beroemde flamenco-ster van dit moment Eva Yerbabuena. Deze danseres afkomstig uit Grenada heeft de moed eeuwenoude tradities te combineren met ontwikkelingen uit de moderne dans. Zo is zij een uitgesproken bewonderaar van de Duitse choreografe Pina Bausch, die haar balletten verrijkte met expressionistische materialen zoals turfmolm, tientallen eetkamerstoelen of zelfs situeerde in een rijdende wagon. De schilderes kreeg het voor elkaar een week lang getuige te mogen zijn van flamenco-sessies in de dansstudio te Sevilla ter voorbereiding van de wereldpremiers in Madrid. Daar maakte ze snelle potloodschetsen van de gestileerde bewegingen met de bedoeling die thuis uit te werken tot schilderijen. Geen portretten, maar dynamische impressie van extatische duende.
Tijdens een Europese tournee zag Eva de geschilderde resultaten die in het atelier van Kaat gegroeid waren uit de schetsen. De danseres heeft daarover haar goedkeuring uitgesproken en twee schilderijen aangewezen die zij het meest treffend vond.
De volgende stap die Kaat zet, is bedoeld om dichter bij zichzelf te komen. In koele pasteltinten schetst ze verdraaide lichamen, uitgespaard tegen een egaal zwarte achtergrond. Lijnen worden belangrijker dan kleuren. De onbekommerde elegantie van de stillevens heeft plaats gemaakt voor disharmonie. Schaduwen zwellen aan. Expressionisten als Munch, Schiele en Bacon schreeuwen mee.
Wat gebleven is, is de zorg voor elk afzonderlijk doek. Ieder raam wordt voorzien van linnen die ze vastzet met kopspijkertjes. Niks nietpistolen! Zij houdt van de geur van ouderwetse konijnenlijm. Dit respect voor de traditie is representatief voor Kaats behandeling van de schilderkunst. Figuratief, ambachtelijk en bescheiden refererend aan inspirerende voorbeelden. Het publiek wordt niet geconfronteerd met een groot ego, het ontbreekt aan literaire, historische of religieuze verwijzingen, of aan cerebrale constructies. En al evenmin wordt de beschouwer voor raadsels geplaatst. Abstractie en toeval zijn ver te zoeken, evenals spontane spetters.
Het overzicht laat zien hoezeer de schilderes zichzelf artistiek in de hand houdt; hoe ze via alle zintuigen op heel bescheiden toon communiceert over het ambacht en over zichzelf. En hoe ze buiten de expressionistische stijlmiddelen om, iets laat zien van haar persoonlijke ontwikkeling. Wat haar betreft loopt die door op de ingeslagen weg van de grimmige sfeer die uit haar laatste doeken spreekt.
Men is uitgenodigd om de ogen te kost te geven en zo kennis te maken met Kaats’: Van mei.
BIOGRAFISCHE GEGEVENS
Op 1 augustus 1964 werd Kaat Suringa geboren te Amersfoort.
In 1984/85 studeerde zij aan de Academie voor Beeldende Kunsten “Artibus” te Utrecht. Daar had ze onder meer les van Titus Nolte.
Wat Kaat miste bij de praktijkdocenten was weerstand, zodat ze zich nergens tegen af kon zetten om beter te worden. Het draaide er veelal om het ontwikkelen van een manier van denken zodat je je eigen werk kon goedpraten. Het vak leren was er niet bij, vond ze. Daarop stapte zij in 1988 over naar het particulier instituut Academie voor Beeldende Kunsten Ruudt Wackers in Amsterdam. Hier wordt kunstonderwijs gedoceerd op de klassieke manier. Zij kreeg les van onder meer Marieke Molenkamp en Ruudt Wackers zelf.
In die tijd belde ze Constant Nieuwenhuys met de vraag of die haar leermeester wilde zijn. Hij adviseerde haar eerst en vooral veel naar zijn werk te kijken.
Maar, in 1990 werd Kaat ziek. Daarbij verloor ze een oog. Zo was ze gedwongen voor de helft in de duisternis te werken. En dreigde haar schilders-carriere in de kiem te worden gesmoord.
Echter, zij besloot in haar eentje door te gaan en leerde zich zelf aan te schilderen met een oog.
Niet zonder trots kijkt ze terug op wat zij tot nog toe bereikte heeft. En zij gaat door met wat minder oogstrelende thematiek".
door SAM DRUKKER, kunstenaar, 2005:
“(…) was verrast door je werklust, de breedte van je oeuvre maar vooral van je "lichtheid". De manier waarop je de dingen filtert en in je werk opbouwt in een vrij helder koloriet en daarmee een mooi fris licht veroorzaakt. Je toekomst ligt veel dichterbij jezelf dan je denkt.”
|
|